Praktijkmodule bromfietscertificaat behalen

brommer praktijkexamen

Drie jongens op gympen in spijkerbroek. Twee meisjes in een rok en een in lange broek en op hoge hakken. Drie bromfietsen, twee bromscooters en een gewone fiets. Dat is het ‘materiaal’ waarmee gediplomeerd instructeur Jan Knol op een vroege zaterdagochtend in Staphorst aan de slag gaat tijdens een praktijkmodule voor brommers en snorfietsers. Ofwel: hoe onderwijst men de bromfietsjeugd.

Hoe zijn jullie hier gekomen?
Wat zeg je Martijn, op de fiets?
Dat is niet handig. Hoe wil je dan meedoen met de bromfiets cursus?
Ooh, de eigen brommer is stuk en je had gehoord dat ik hier nog wel zo’n ding had staan.

Vooruit dan maar. Jan Knol, al sinds 1985 in actie met praktijklessen voor jeugdige bromfietsers,
raakt in element. Na het noteren van een aantal gegevens, zoals de nummers van de bromfietscertificaten, legt hij de bedoeling uit van de praktijkcursus.
En Jan Knol instrueert de deelnemers klein stukje theorie, oefeningen in sturen en remmen en tot slot een rit op de weg. “Waarschijnlijk heb je van vrienden gehoord dat het helemaal niets voorstelt, maar je moet het nog wel even doen. Ik hoop dat we het leuk kunnen houden, ik ben geen politieman.”

Onderuit

Vervolgens legt Knol uit waar om de praktijkmodule zo spoedig mogelijk na het behalen van het bromfietscertificaat gevolgd zou moeten worden, het liefst nog voor de eerste meters cursisten alleen maar overheen de brom- of snorfiets zijn afgelegd.
“Zeventig procent van de bromfietsers gaat al in het eerste half jaar onderuit. In 92 procent van de gevallen komt dat, door eigen schuld. Daar proberen wij vandaag iets aan te doen.
Voordat je wegrijdt, controleer je je bromfiets”, vervolgt Knol. “Doen jullie dat ook?”
Het gegrinnik van de gesprekspartners spreekt boekdelen.
Onverstoorbaar somt Knol op wat er te controleren valt. Van stof dopje op het ventiel tot en met de spiegels. Vier van de zes jongeren geven onomwonden toe geen spiegels op hun brommer te hebben